Kinderen stimuleren en begeleiden in hun ontwikkeling is altijd al het uitgangspunt van de kinderopvang geweest. Door middel van het aanbieden van activiteiten, het scheppen van mogelijkheden, het begeleiden in het spel, het aangaan van gesprekjes, het inspelen op wat kinderen aangeven en doen enzovoort wordt hier inhoud aan gegeven.

Dit kan op twee manieren. 
– Men kan methodisch en systematisch kinderen activiteiten aanbieden. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van thema’s over diverse onderwerpen. Thema’s die al een poos van te voren vastliggen.
– Of men kan dit op een kindvolgende manier doen. Dat is dat men activiteiten aanbiedt op het kind zijn/haar nivo en in hun eigen belevingswereld en op het moment dat een kind eraan toe is. Dus niet van te voren vastgelegd, maar spontaan.

Dat laatste is de manier waarop wij al jaren werken. Ontwikkelingsstimulering door middel van het spelenderwijs en kindvolgend aanbieden van activiteiten en het kind begeleiden in zijn/haar spel.

Ontwikkelingsstimulering op allerlei gebied zoals; 

  • natuurontwikkeling
  • sociale en emotionele ontwikkeling
  • bewegingsontwikkeling
  • creatieve ontwikkeling
  • gewetensontwikkeling
  • taalontwikkeling
  • cognitieve ontwikkeling

 

Wij werken kindvolgend omdat wij van mening zijn dat het kind het beste iets leert in zijn/haar ‘gevoelige periode’ (Maria Montessori). Dit kun je al zien bij baby’s. De één is eerder gevoelig om zich op de buik te draaien dan de ander. Of de één loopt binnen het jaar, de ander pas met 1,5 jaar. Vaak is het ook zo dat bepaalde ontwikkelingsgebieden zich niet tegelijkertijd kunnen ontwikkelen. Het ene kind is motorisch heel sterk, terwijl een ander kind verbaal heel sterk kan zijn.

In de peuterleeftijd kunnen de verschillen ook groot zijn. Dat komt omdat de leeftijd waarop een kind ergens gevoelig voor is, enorm kan verschillen. Sommige kinderen zijn met 2,5 jaar al toe aan het leren van getallen, anderen hebben hier pas interesse voor als ze 3,5 jaar of 4 jaar zijn. Het is in onze ogen dus onmogelijk om kinderen van 2-4 jaar, groepsgewijs en met gerichte thema’s te laten ‘werken’. Omdat wij kleinschalig zijn en er gemiddeld maar 5 à 6 peuters tussen de twee en vier jaar tegelijkertijd aanwezig zijn, kunnen wij het stimuleren van hun ontwikkeling ook echt op het nivo van het kind doen. Door onze jarenlange ervaring kunnen wij putten uit tal van ideeén, boeken en liedjes. Ook is er veel ontwikkelingsstimulerend materiaal aanwezig. Alle materialen staan binnen handbereik zodat wij gelijk in kunnen spelen op wat een kind aangeeft of waar een kind mee bezig is.

Wij zijn veel buiten en ook dit schept enorm veel mogelijkheden om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Bijvoorbeeld iets met het leren van de kleuren. Zoek eens een blauwe bloem, wat voor kleur heeft dat blad enzovoort. Tellen of sorteren met stenen of takjes is ook reuze leerzaam. Niet alleen leren kinderen dan puur het tellen of sorteren, ze leren tevens de verschillende materialen voelen, het gewicht beoordelen enzovoort. Dus niet alleen cognitief, ook zintuiglijk leren kinderen op deze mooie manier. Bovendien schept buiten spelen ook tal van mogelijkheden om de andere ontwikkelingsgebieden (motorisch, natuur, creatief, e.d.) te stimuleren.

Kinderen leren in een groep en van elkaar ook veel. Ze zien iemand over de evenwichtboomstam lopen en willen dit dan ook. Of ze zien iemand een toren bouwen en gaan dit nadoen. In een groep wordt bij uitstek de sociaal-emotionele ontwikkeling gestimuleerd. Denk alleen maar eens aan het leren delen van speelgoed, het leren luisteren naar elkaar, leren om de ander te helpen of een ander te troosten. Maar ook om met elkaar te lachen, te zingen, te dansen, te spelen enzovoort. In een kleine groep zijn hiervoor de mogelijkheden nog groter omdat de kinderen elkaar beter kennen en dit maakt tevens dat het saamhorigheidsgevoel groter is. Wij begeleiden de kinderen hierin door o.a. veel met hun te praten, door mee te spelen, door hen te vragen om hulp, door samen een oplossing te zoeken voor diverse dingen, door hun attent te maken op een ander zijn/haar gevoelens en natuurlijk door zelf het goede voorbeeld te geven.

Ter illustratie wat voorbeelden uit de praktijk:
De kinderen zijn met stoepkrijt aan het tekenen. Gerva pakt ook een krijtje. Een meisje van bijna 4 jaar vraagt of zij een rondje wil tekenen. Dat doet ze. Vervolgens stelt ze voor om ook een vierkant te tekenen. Daarna nog een driehoek (het leren van vormen). Zo tekenen Gerva en het meisje vele rondjes, vierkanten en driehoeken. Er zijn nog een paar kinderen die mee gaan doen.

Een jongetje van net drie jaar gaat stippen maken en vraagt aan Gerva of zij twee stippen in een rondje wil zetten (leren tellen). Nu kun je dat willekeurig doen, maar Gerva zet de stippen zo dat het net ogen lijken. Dan reageert ze stomverbaasd met een “Hé, dat lijkt wel een poppetje”. Nog een streepje erbij voor de mond en het is een echt poppetje. Het meisje van bijna 4 jaar zegt dan “nu moet er hier nog iets, dat heb ik ook” en ze wijst naar haar hals. “Wat is dat, hoe heet dat, heeft Moarke (onze poes) dat ook?” zo stelt Gerva er vragen over. En zo leren de kinderen weer iets over hun lichaam of over een dier. Tevens leren ze over dat dezelfde dingen toch verschillend kunnen zijn.

Geeske is in de moestuin. Twee jongetjes van twee jaar komen kijken. Ze zien een rupsje en nog één en nog één. Hoeveel rupsen zitten hier wel niet, zo vraagt Geeske. Samen met de jongens telt ze. Er zijn ook verschillende soorten rupsen en deze worden uitgebreid bekeken. In het blad zitten allemaal gaatjes. Geeske vertelt dat de rupsjes dat hebben gedaan. Dat die het koolblad opeten. Ze mogen wel de bladeren opeten, maar niet de kool. Ze zien ook nog slakjes. Slakjes van verschillende grootte. De grootste is de moederslak, zo zegt één van de jongetjes en de andere zegt dat het kleine slakje de baby is. En dan gaan de jongens op zoek naar nog meer grote en kleine slakken.

Dus een kind geeft iets aan, wij gaan hierop door of voegen iets toe waardoor het een ‘leermoment’ wordt. Dit gebeurt dagelijks vele keren op allerlei vlakken. 

De allerbelangrijkste ‘leermomenten’ in het leven van het jonge kind komen voor tijdens hun spel. SPELEN IS LEREN wordt er vaak gezegd en daar zijn wij het volledig mee eens. Kinderen leren tijdens hun spel alle aspecten van het dagelijkse leven, ze leren de normen en waarden en dit is een voorwaarde om later te kunnen functioneren in onze huidige maatschappij.