Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) is de verzamelnaam voor de methodische en systematische aanpak van de ontwikkeling van jonge kinderen met behulp van speciaal daarvoor gemaakte programma’s. VVE-programma’s zijn in eerste instantie gemaakt voor kinderen die het risico lopen op een taal en/of ontwikkelingsachterstand of waarbij die achterstand al is geconstateerd.

Voorschoolse Educatie vindt plaats in de peuteropvang en is gericht op kinderen van 2-4 jaar. 
Vroegschoolse Educatie gebeurt in basisscholen en is gericht op kinderen in de kleuterklassen.

VVE richt zich op een aantal ontwikkelingsgebieden:

  • Taalontwikkeling
  • Beginnende rekenvaardigheden
  • Motorische ontwikkeling
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling

 

Kinderen die vanwege een mogelijke taal- of ontwikkelingsachterstand in aanmerking komen voor VVE worden ‘doelgroepkinderen’ genoemd. 

(Bovenstaande tekst komt uit een nieuwsbrief van de Brancheorganisatie Kinderopvang).

In de peuteropvang is het verplicht om te werken met een VVE-programma. Alle kinderen in de opvang nemen deel aan dit programma om zodoende alle kinderen dezelfde kansen te bieden.

VVE staat volop in de belangstelling. Er klinken zowel positieve als negatieve geluiden. Natuurlijk is het goed om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Vooral voor kinderen die een achterstand hebben of dreigen te krijgen. Alleen op welke manier? Is het nodig om dit op een systematische en methodische manier te doen? En is het nodig dat kinderen op deze jonge leeftijd al worden getoetst? Hierover zijn de meningen sterk verdeeld.